geschiedenis van glas
De oudste glasindustrie die we kennen, bestond ongeveer 3000 jaar voor Christus in Mesopotamië.
Reeds in de 5e en 4e eeuw voor Christus werd er in Iran met gevormd glas gewerkt.
Rond diezelfde tijd leerden de vakmannen daar de kunst van het maken van helder glas, en later het gekleurde glas.
Zo vertelde een atheense ambassadeur uit die tijd aan het hof van Perzië dat de Perzen hun wijn dronken uit glazen bekers.
Ook Aristophanes (448-385 Bc) nam deze gewoonte waar.
Het werd een bloeiende handel tussen de steden van het Midden-Oosten en die van de Mediterrane landen.
Zowel in West-Iran als in de Zwarte Zee worden nog regelmatig exemplaren opgegraven uit die tijd.
Het glasblazen zelf is waarschijnlijk halverwege de laatste eeuw voor Christus uitgevonden.
Wat is glas?
Glas bestaat voor het grootste gedeelte (ca. 70%) uit zand.
De rest bestaat uit metaaloxiden.
De precieze samenstelling bepaalt de hardheid, de glans en de kleur van het glas en is doorgaans het geheim van de smid. IJzerdeeltjes in het mengsel geven een groene glans aan het glas,
dus het zand dient een reeks van zuiveringsprocessen te ondergaan alvorens het gebruikt wordt.
Het verschil tussen glas en kristal zit 'm in het loodpercentage.
Volgens de Europese regels wordt glaswerk dat minder dan 4% loodoxide bevat, glas genoemd.
Indien het meer dan 10% bevat wordt het kristal genoemd.
In Amerika moet glas minstens 1% loodoxide bevatten om reeds als kristal bestempeld te worden.
Hoe werkt het glasblazen?
Het vervaardigen van glas is teamwork.
De glasblazers moeten sterk op elkaar ingespeeld zijn, omdat glas vlug afkoelt en dan niet meer te bewerken is.
Van ieder teamlid zijn de taken sterk gedefinieerd.
Het kan zijn dat een taak slechts bestaat uit het aanreiken van de benodigde gereedschappen,
maar ook dat is belangrijk werk gezien de tijdsdruk die er heerst.
Het glasmengsel wordt eerst gesmolten in een oven die een temperatuur heeft van rond de 1500ºC.
Als het mengsel goed tot vloeibaar glas is gesmolten, wordt de temperatuur teruggebracht tot zo'n 1150ºC.
Bij deze temperatuur blijft het glas goed vloeibaar en is het ook goed te bewerken. Met ijzeren blaaspijpen van 1,5 tot 2,5 meter wordt de benodigde hoeveelheid glas uit de oven gehaald.
Dit wordt “keien” genoemd. Afhankelijk van de benodigde hoeveelheid glas wordt de pijp meerdere keren in het vloeibare glas gestopt, zodat er steeds een laagje bij komt.
Dan wordt er door de holle pijp lucht geblazen, waardoor er een bolle vorm ontstaat, een perfekt uitgangspunt voor de verdere bewerking.
Teneinde het glas vloeibaar en handelbaar te houden, zal het tijdens de bewerking van tijd tot tijd terug in de smeltkroes gestopt worden.
Door zowel te rollen als te blazen wordt de gewenste vorm gecreëerd.
Voor standaardvormen kan men gebruik maken van vaste mallen, maar de echte creatieve kunstenaars gebruiken deze hulpmiddelen niet.
Zolang het glas heet is, kan de maker ermee doen wat hij wil.
Hij kan erin prikken, eraan trekken, er een opening of inkeping in maken, er m.b.v. een mal een bepaalde structuur in brengen of er zelfs een stuk van afknippen.
Hiervoor worden verschillende pincetten en scharen gebruikt.
Eenmaal klaar wordt het glaswerk van de pijp getikt en gaat het de “koeloven” in.
Deze oven heeft dan een temperatuur van rond de 600ºC, ongeveer gelijk aan het bewerkte glas.
Als alle stukken van die dag verzameld zijn, gaat de deur op slot en kan het koelproces beginnen door langzaam de temperatuur terug te laten zakken naar zo'n 25ºC.
Dit proces duurt meestal zo'n 24 uur en is nodig om de glasmoleculen geleidelijk te laten afkoelen.
Zou het te snel gebeuren, kan het glas barsten of zelfs uit elkaar springen.